Zomerdagtocht

— Gepubliceerd op 16 augustus 2017 00:00 door Will Coppens

Verslag van de zomerdagtocht geredenop 2 augustus, geschreven door Toon Hanegraaf.Veel leesplezier

 

Verslag Zomerdagtocht Brabant midden

 

2 augustus 2017.

 

Woensdag 2 augustus was het dan zover. Normaal rijden we onze zomerdagtocht op woensdag 21 juni (de langste dag) of de woensdag daarvoor of daarna.

 

Dit jaar liep het anders. Enkele vaste deelnemers zouden die week naar Italië vertrekken om daar te gaan fietsen. Voor nog een paar kwam het ongelukkig uit vanwege werk en voor mijzelf betekende deze datum dat hij te vroeg kwam. Door conditie en krachtachterstand vanwege mijn nieuwe heup, was ik, Toon Hanegraaf, er niet klaar voor. Zes weken uitstel betekende, zes weken extra trainen, in de hoop dat de achterstand dan voldoende weggewerkt zou zijn. Dat 2 augustus een goed gekozen datum was,  uit de vele spontane aanmeldingen. Maar liefst 18 man (waarvan 2 vrouwen) stonden op mijn lijstje. Uiteindelijk zijn we met 16 vertrokken. Ton van  Nieuwenhof  melde zich ziek, Ronnie van der Burgt had naar zijn oordeel te weinig getraind. Zijn vader, Tiny van der Burgt, is een nieuweling in het gezelschap. Tiny heeft in het voorjaar op zaterdag met ons getraind en is inmiddels lid van WTC geworden.

 

Ook dit jaar vertrokken we weer om klokslag 06.00 uur vanaf het st.Agathaplein voor een toertocht van (op papier 255 kilometer) door ons Brabant midden. Met nauwelijks voelbare zuidwesten wind, een bewolkte hemel en een graadje of 14, werd koers gezet richting Erp. In de loop van de (na) middag trok de zuidwestenwind wel aan tot 3  á 4, maar toen waren we al over het verst gelegen punt heen en kregen we de wind weer schuin van achter. In de voorbereiding heb ik zoveel mogelijk de natuurgebieden van de Meijerij van den Bosch, de Baronie van Breda en zuidoost Brabant aan elkaar geknoopt. Voorbij Olland reden we door het Dommeldal naar Liemde en Vrilkhoven. Via het landgoed Velder bereikte we bij Lennisheuvel het natuurgebied de Kampina. Met een kilometers lang fietspad door de bossen en langs heidevelden, gaat bij landgoed Rozeb de Kampina vrijwel naadloos over in de bossen en vennen van Oisterwijk. Het was genieten van de , door de eregen van de afgelopen dagen opgefriste natuur en de rust van dit nog vroege uur. Bij Heukelom bereikte we weer de bewoonde wereld en daarna werd Berkel Enschot , zonder hier veel aandacht aan te besteden, gepasseerd, want we moesten door de Loonse en Drunense duinen. Op het stukje fietspad langs het afwateringskanaal ‘sHertogenbosch/Drongelen, kregen we de gelegenheid om even te rusten en wat te eten, onderwijl Arno onder onze belangstellende ogen en aanmoedigingen, een demonstratie bandenwissel liet zien. Het plan om na dit mooie duinengebied in Kaatsheuvel een koffiepauze te houden , kwam niets terecht en omdat in de Moer en Dongen geen café of restaurant te vinden was die voor tien uur zijn negorij geopend had, kwam de eerste echte koffiepauze pas na  105 kilometer in Oosterhout. In het Brabants museum “Oude Oosterhout” werden we hartelijk ontvangen en ondanks dat we geen entreekaartje wensten voor het museum, werden we vlot van koffie/thee voorzien tegen de oud Brabantse prijs van € 1,25.  Een kleine tien kilometer verder, bij Terheijden, bereikten we de rivier de Mark die we met een klein fietsveer over moesten steken. Met klein, bedoel ik ook echt klein, want 16 personen en fietsen konden niet in een keer de oversteek meemaken. Dat betekende dus wachten en dat we in het uur na de koffie slechts 16 kilometer hadden afgelegd. Hadden we tot nu toe de inmiddels wat opstekende wind gemiddeld schuin van voren, vanaf Terheijden reden we naar het zuiden en hadden we de wind wat meer afwisselend van schuin voor naar schuin achter tot aan de volgende stop, welke 75 kilometer verder op lag bij den Bockenrijder in Esbeek. Voor het zover was, passeerden we bij Prinsenbeek het tegen de A58 aangelegen Liesbos. Na, bij Effen, de A16 overgestoken te zijn, reden we het Mastbos in en op enkele kleine verbindingstukjes en Ulvenhout na, zouden we in de bossen blijven tot Alphen. In dit uitgestrekte natuurgebied, Boswachterij Ulvenhout en het Chaambos, ligt een kilometerslang betegeld fietspad. Niet van de hoogste kwaliteit en een beetje smal maar wel geweldig mooi en afwisselend. Voordeel van dit smalle pad (waar we best veel tegenliggers hadden), is dat je achter elkaar moet rijden zodat je optimaal van het natuurschoon kunt genieten. Met die beperking dat je wel geconcentreerd moet blijven. Dat geldt minstens evenveel voor de gravelpaden over het landgoed Het Ooievaarsnest en het landgoed Gorpse en Rovertseheide tussen Alphen en Hilvarenbeek. Hoewel er in de groep langzaam maar zeker verlangend uitgekeken werd naar een kop soep en een uitsmijter, besloten we om door te rijden naar den Bockenrijder in het landgoed de Utrecht nabij Esbeek. Dankzij het mooie weer was het hier overvol. Geen enkele tafel of bank op het terras bood plaats aan 16 hongerige fietsers. Noodgedwongen moesten we in de hooischuur plaatsnemen en daar zééér geduldig wachten op onze bestellingen. Zoals elk nadeel ook zijn voordeel heeft, waren we na anderhalf uur voldoende opgeladen voor de laatste 80 kilometer. Wat valt hier over te vertellen? Immers het gebied Westelbeers, Knegsel en Steensel kennen we van de Malpie. Oké, vermeldingswaard is dat bij Vessem enkele lichte waterdruppels begonnen te vallen en dat de lucht dusdanig grijs was, dat we overtuigd raakte een nat pak te halen. Dat laatste viel mee. Het bleef wel druppelen en miezeren, maar van echt nat worden was pas sprake toen nog maar een25 kilometer te gaan hadden. Ook valt heir van te zeggen dat we langs een volkomen verlaten E3 strand zijn gereden en dat we wegen en paden gevolgd hebben die niet geschikt zijn voor een volgwagen en dus niet opgenomen zijn in een zondagse toertocht. Een zo’n lange weg/pad is over de Eenderheide tussen Riethoven en Dommelen met vervolgens een gravelpaadje met een brugje over de dommel naar Valkenswaard. Ook hier zijn we van de doorgaande weg afgebleven door weer over gravelpaden naast een zandweg over het landgoed Heezerhoeve naar \heeze te rijden. Ook de Strabrechtse  heide kent slechts gravelpaden die, zoals de meeste die we vandaag gehad hebben, goed met een racefiets te berijden zijn. Jammer alleen dat het toen wat meer begon te regenen en Ronnie hier op de heide getrakteerd werd op een lekke band. De behoeft aan rust en eten was vanwege de nattigheid wat minder aan de orde, maar desondanks hebben we ook nog kunnen genieten van de vergezichten die dit heidegebied te bieden heeft. Dit was het laatste natuurgebied uit de reeks die we vandaag allemaal gepasseerd zijn. Van Lierop, via Helmond en Beek en Donk kan alleen maar gezegd worden dat het allengs natter werd. Met ruim 260 kilometer reden we tien voor half zeven’ s avonds , reden we weer Boekel binnen. Na thuis gedouched te hebben, zijn we om 20.00 uur weer bij elkaar gekomen om over de dag, met een gezamenlijke maaltijd bij van Uden nog even na te praten, waarbij we het met elkaar eens waren dat we weer een prachtige fietsdag achter de rug hadden. Het Brabantse landschap heeft ons deze dag veel moois van deze Brabantse natuurgebieden geboden.  Toon Hanegraaf.

 

Wie waren erbij: Adrie Beekmans, Mirjam Bijnen, Tiny van der Burgt, Gerard en Will Coppens, Tijn Derks, Ronnie van Deursen, Petro van Dommelen, Frans van Dongen, Peter van Duijnhoven, Toon Hanegraaf, Hans van Heeswijk, Toon Opsteen , Frans van Rixtel,  Mario van Sleeuwen en Arno Zomers.

 

Foto’s kun je vinden bij diverse op de site.

 

 

 

« ga terug